| Observatie godsdienstles: dinsdag 18 november 2008 |
- Wat is het onderwerp van deze les?
“Per ongeluk – expres” => Thema “conflicten”
- Welke levensvraag komt hierin aan bod?
Wat als jij Joep was?
- Wat zijn de grote stappen, de fases die in deze les gezet worden met de leerlingen?
- Verhaal over Joep
- Bespreking van verhaal op het bord
- Eigen ervaringen vertellen die te maken hebben met het verhaal
- Opdracht in groepjes: naspelen van een stukje uit het verhaal Bv. Een conflict tussen mama en papa, Joep en papa,...
- Naspelen van het stukje uit het verhaal vooraan in de klas
- Kruik uitknippen en in elkaar puzzelen
- Op blz. 27 van het werkboek van godsdienst de kruik in de kader plakken
- De kruik terug vullen: positief maken: wat zou goed gemaakt kunnen worden? Bv. uitpraten => dit schrijven ze in een scherf van de kruik
- Lesboek: Tuin van heden: liedje van het thema zingen
- Afsluiting: wie wil er nu nog iets vertellen over een conflict dat hij/zij zelf ooit meemaakte?
- Welke handleiding wordt hier gebruikt?
Tuin van Heden 4
Kernles 3: Een conflict...Wat nu? P. 245
+ lesboek tuin van heden p. 37 en verhaal Joep p. 29
- Wat is de sfeer in deze les? Onderscheidt deze zich van andere lessen? Waarin wel, waarin niet? Hoe wordt aan deze sfeer gewerkt?
- Bij het verhaal: een aandachtige sfeer. De leerlingen waren nieuwsgierig en ze vonden het een spannend verhaal.
Hoe? Doordat de meester dit heel goed en spannend kon vertellen.
- Bij de opdracht van het naspelen. Dit vonden ze heel leuk. Toen de meester dit zei hoorde ik enkele leerlingen “yes!” zeggen.
Hoe? Doordat ze dit in een groepje vooraan konden spelen en ze vonden het stukje dat ze mochten naspelen ook heel interessant.
- Bij het uitknippen had de meester als achtergrondmuziek een liedje opgezet van het thema. Dit gaf een hele gezellige en leuke sfeer. De kinderen waren ook rustig en stil. Ze waren goed aan het knippen.
- Hoe reageren de kinderen op deze les? Welke momenten zijn ze betrokken, op welke momenten zie je de betrokkenheid dalen?
- Bij het voorlezen van het verhaal over Joep was er een hoge betrokkenheid. Dit zag ik aan de mimiek van de leerlingen. Ze luisterden heel aandachtig, waren aan het lachen met de grapjes van de meester,...
- Bij de opdracht over het stukje naspelen van het verhaal waren ze ook heel betrokken. Er hingen meerdere leerlingen echt over hun bank en ze waren enorm enthousiast. Iedereen kon zijn mening geven en je zag de gedrevenheid.
- Bij het uitknippen van de kruik was er een hoge betrokkenheid. Dit kwam doordat de meester het themalied had opstaan als achtergrondmuziek. Er was een rustige, betrokken sfeer.
- Bij het plakken van de kruik in het werkboek was er even een daling van betrokkenheid. Het was moeilijk om de stukjes van de kruik goed in elkaar te passen. Hierdoor was er drukte in de klas. Sommige leerlingen gaven het ook op om zich hiermee betrokken bezig te houden.
- Noteer enkele voorbeelden van levensvragen die deze kinderen stellen
- Hoe komt het dat we soms een pechdag hebben?
- Hoe voelen we ons op zo’n dag?
- Wat zouden we kunnen doen om ervoor te zorgen dat de pechdag stopt?
- Hoe kunnen we conflicten weer goed maken?
- Aan welk component wordt vooral gewerkt?
Verbondenheid met zichzelf
Bv. Ik heb vandaag zo’n pechdag
Verbondenheid met anderen
Bv. Ik heb een conflict met iemand
Groeien in gevoeligheid voor goed en kwaad
Bv. Ik wil het conflict weer goedmaken
Geen opmerkingen:
Een reactie posten